
Jaargang 112 - Nr. 7 september 2010

p. 2 Vragen maakt vrij (Maurits Gilissen)
p. 8 Seksueel misbruik in de kerk (Peter Jonkers)
p. 12 Rooms-katholiek godsdienstonderwijs in een postmoderne samenleving (D.R.Wielzen)
p. 18 Christelijk onderwijs, of onderwijs over het christendom (P. Hermans)
p. 26 Geloofsgemeenschap wat nu??? (Harry Spee)
Info 343. Celibaat: een verplichte gave voor de diocesane priester (J. Vandekerkhove)
Bij het begin van het nieuwe schooljaar brengen we twee teksten over het christelijk onderwijs. Twee andere teksten en de info hebben te maken met heikele kwesties in de kerk die de voorbije maanden aan de orde waren.
In Info 343 met de duidelijke titel: Celibaat: een verplichte gave voor de diocesane priester, overloopt Juliaan Vandekerkhove de geschiedenis van het celibaat dat pas vanaf de 12de eeuw door de kerkelijke overheden werd opgelegd. Hij belicht de verschillende visies die aan bod kwamen tijdens concilies en synodes en de eigenaardige opvatting van celibaat als ‘verplichte gave’. Genuanceerde meningen en benaderingen van de celibaatskwestie, zowel van leken als van ambtsdragers, vonden nooit gehoor. Voor de hoogste kerkelijke kringen blijft deze kwestie onbespreekbaar.
“Naar aanleiding van de pedofilieschandalen kwamen er duistere en trieste zaken aan het licht”, schrijft Harry Spee in verband met zijn artikel Geloofsgemeenschap: wat nu??? Hij plaats deze kwestie in het bredere geheel van het kerkelijk ambt en zijn positie binnen het godsvolk. De kloof tussen leer en leven, tussen machthebbers en geloofsgemeenschap leidt tot een vertrouwensbreuk in de kerk. Er is dringend nood aan een evangelische herbronning en een terugkeer naar de vroege kerk van broeders en zusters, geïnspireerd door de democratische geest van Jezus.
Peter Jonkers probeert een antwoord te geven op de vraag waarom de kerk als instituut haar aanpak van seksueel misbruik door geestelijken zo uit de hand heeft laten lopen. In de huidige samenleving eisen mensen dat organisaties zoals de kerk op een transparante manier verantwoording afleggen van hun besluitvormingsprocessen en handelwijzen. De kerk als instituut doet dat niet. Omdat ze wel absolute maatstaven hanteert, vooral inzake seksualiteit, om anderen te beoordelen, tast het seksueel misbruik door haar eigen ambtsdragers haar geloofwaardigheid fundamenteel aan. “Als de kerk beter geluisterd had naar de stem van vrouwen [die een eigen morele gevoeligheid hebben], had zij zich in deze en wellicht ook in andere kwesties voor veel onheil kunnen behoeden.”
Ongeacht de minder fraaie gebeurtenissen in de kerk, kiezen veel ouders ervoor om hun kinderen naar een katholieke school te sturen. Het motief van de meesten is niet het expliciet christelijke karakter van de school, maar maatstaven als: nabijheid, degelijk onderwijs, goede geest… In zijn artikel Christelijk onderwijs, of onderwijs over het christendom gaat P. Hermans na wat een ‘christelijke school’ zou moeten typeren en welke plaats het godsdienstonderwijs heeft in de totale opvoeding. Godsdienst moet leerlingen en personeel confronteren met hun levensstijl en hun waarden. Een school die evangelische waarden voorhoudt, is maar geloofwaardig als zij die waarden in concrete situaties beleeft. Zij moet bereid zijn de weg van Emmaüs te gaan met zoekende jonge mensen, misschien met twijfels in het hart maar gesteund door de ontmoeting met de altijd aanwezige Tochtgenoot.
D.R. Wielzen is godsdienstleerkracht in een multiculturele katholieke school in het Brusselse. Vanuit zijn praktijkervaring beschrijft hij wat rooms-katholieke onderwijs kan zijn in deze samenleving. Hij illustreert wat openheid voor het religieuze en voor een geloofsdimensie in het leven van jongeren kan betekenen.
In de vorige teksten worden heel wat vragen gesteld. Maar, zegt Maurits Gilissen, Vragen maakt vrij. Hij maakt een onderscheid tussen de vraag naar het nuttige, het waardevolle en het zinvolle. Elke vraagstelling kan tot meer vrijheid leiden, omdat ze de mens bevrijd van vanzelfsprekendheid en alledaagsheid. Ondanks al zijn inspanningen en zijn goede wil, voelt de mens zich vaak onmachtig, vooral met het oog op de onverbiddelijke dood. Maar de hoop dat zijn leven de moeite loont, een hoop die voor christenen gebaseerd is op het bondgenootschap tussen God en mens, is bevrijdend.